Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:326

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 februari 2023
Publicatiedatum
22 februari 2023
Zaaknummer
22/1021 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene nabestaandenwetAlgemene Ouderdomswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing nabestaandenuitkering wegens ontbreken ANW-verzekering echtgenoot op overlijdensdatum

Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering na het overlijden van haar echtgenoot, die in Nederland had gewoond en gewerkt maar op het moment van overlijden niet meer in Nederland verbleef. De Sociale verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op de overlijdensdatum.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het recht op een ouderdomspensioen niet gelijk staat aan een ANW-verzekering. Tevens werd gewezen op het ontbreken van aanspraak op grond van het sociale zekerheidsverdrag tussen Nederland en Marokko.

Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar echtgenoot wel verzekerd was en zij recht heeft op de uitkering vanwege haar ziekte en gebrek aan inkomen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat niet is gesteld of gebleken dat de echtgenoot vrijwillig verzekerd was voor de ANW.

De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat haar echtgenoot op de overlijdensdatum niet verzekerd was voor de ANW.

Uitspraak

22.1021 ANW

Datum uitspraak: 22 februari 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 februari 2022, 21/4567 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (Marokko) (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2023. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Feiten
1.1.
Appellante woont in Marokko. De echtgenoot van appellante, geboren in 1943, heeft in Nederland gewoond en gewerkt en is naar Marokko teruggekeerd. Hij is daar op [sterfdatum] 2020 overleden. De echtgenoot van appellante ontving een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet. Na zijn overlijden heeft appellante een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW).
Besluitvorming Svb
1.2.
Met een besluit van 29 april 2021 heeft de Svb de aanvraag afgewezen, omdat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Het door appellante tegen deze beslissing gemaakte bezwaar is bij besluit van 22 juli 2021 (bestreden besluit) door de Svb ongegrond verklaard.
Wat heeft de rechtbank geoordeeld?
2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarvoor geoordeeld dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. De echtgenoot van appellante woonde of werkte namelijk op of tot de datum van zijn overlijden niet in Nederland. Dat de echtgenoot tot aan zijn overlijden recht had op een ouderdomspensioen, betekent niet dat hij op dat moment verzekerd was voor de ANW. Evenmin heeft appellante aanspraak op een nabestaandenuitkering op grond van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko. Dat appellante ziek is, geen activiteiten kan verrichten en geen inkomsten heeft, heeft niet tot gevolg dat zij recht zou hebben op een nabestaandenuitkering. De Svb heeft dan ook terecht beslist dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering.
Standpunt in hoger beroep
3. Appellante heeft herhaald dat haar echtgenoot verzekerd was op de dag van zijn overlijden en zij recht heeft op een nabestaandenuitkering. Appellante is ziek en heeft geen inkomen.
Het oordeel van de Raad
4.1.
De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak voldoende besproken en gemotiveerd waarom appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en verwijst daarnaar. Hieraan wordt nog toegevoegd dat niet gesteld en ook niet is gebleken dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden vrijwillig verzekerd was voor de ANW.
Conclusie
4.2.
Dit betekent dat appellante geen gelijk heeft en het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van Y.S.S. Fatni als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2023.
(getekend) M. Wolfrat
(getekend) Y.S.S. Fatni
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.