ECLI:NL:CRVB:2023:332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van verlaging arbeidsongeschiktheid en afwijzing IVA-uitkering
Appellante was werkzaam als pedagogisch medewerker en meldde zich ziek na een verkeersongeval. Na diverse uitkeringen en medische beoordelingen kende het UWV haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij recht had op een IVA-uitkering vanwege duurzame arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank stelde vast dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep juist was en dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor meer beperkingen dan vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat het UWV niet verplicht was de duurzaamheid te beoordelen omdat appellante niet volledig arbeidsongeschikt was. De rechtbank vernietigde het besluit deels vanwege een onterechte terugwerkende verlaging van de uitkering.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de medische beoordeling en oordeelde dat de rapporten van het Expertise Instituut onvoldoende gemotiveerd waren en niet ingingen op eerdere bevindingen. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. De Raad concludeerde dat de geselecteerde functies passend zijn en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de verlaging van de arbeidsongeschiktheid en het afwijzen van de IVA-uitkering standhouden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de arbeidsongeschiktheid en wijst het verzoek om een IVA-uitkering af.