ECLI:NL:CRVB:2023:350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing militair arbeidsongeschiktheidspensioen wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig beroepsmilitair van de Koninklijke Luchtmacht, werd in 1995 eervol ontslagen wegens blijvende dienstongeschiktheid. In 1997 is medisch en arbeidskundig vastgesteld dat appellant niet arbeidsongeschikt was in de zin van de Algemene militaire pensioenwet (AMP). In 1998 werd hem een gebrekenpensioen toegekend zonder invaliditeitsverhoging of arbeidsongeschiktheidsuitkering.
In 2020 vroeg appellant alsnog een militair arbeidsongeschiktheidspensioen aan, dat door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de psychische klachten geen verlies aan verdiencapaciteit veroorzaakten en appellant nooit een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat arbeidsongeschiktheid vereist is voor toekenning van een arbeidsongeschiktheidspensioen, wat appellant niet aantoonde. Blijvende dienstongeschiktheid is niet gelijk aan arbeidsongeschiktheid. De Raad wijst appellant's argumenten af, bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om een militair arbeidsongeschiktheidspensioen is afgewezen wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid.