ECLI:NL:CRVB:2023:366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Tijdens de procedure nam het UWV op 11 november 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarbij het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante op 22 december 2022 het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het onderzoek gesloten. Op basis van artikel 8:75a en 8:108 Awb is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken voor de behandeling van het beroep en hoger beroep.
De proceskostenvergoeding is vastgesteld op in totaal €1.674,-, bestaande uit €837,- voor het indienen van het beroepschrift en €837,- voor het indienen van het hogerberoepschrift. Voor het griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander in aanwezigheid van griffier H. Alajai op 28 februari 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.674,- aan proceskosten aan appellante.