ECLI:NL:CRVB:2023:369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen het besluit van het UWV om haar recht op ziekengeld per 22 oktober 2020 te beëindigen. Het UWV stelde vast dat appellante meer dan 65% van haar oorspronkelijke loon kon verdienen, hoewel zij niet meer in staat werd geacht haar oorspronkelijke werk als verkoopster te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en de belastbaarheid correct had ingeschat.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen waren onderschat en dat het UWV had moeten wachten met de beoordeling vanwege haar revalidatie en het vooruitzicht van een nieuwe operatie. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze gronden herhalingen waren van eerdere bezwaren en dat er geen medische informatie was die de beoordeling zou moeten wijzigen. De tweede operatie vond pas in oktober 2021 plaats, na de datum van beoordeling.
Het aanvullende rapport van de verzekeringsarts bevestigde dat er geen nieuwe medische feiten waren die tot aanpassing van de functionele mogelijkhedenlijst zouden leiden. Omdat appellante haar standpunten niet met medische gegevens onderbouwde, werd de uitkomst van het medisch onderzoek door het UWV niet betwijfeld. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellante is terecht beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar loon kan verdienen.