ECLI:NL:CRVB:2023:406

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
7 maart 2023
Zaaknummer
20 / 649 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Tijdens de procedure nam het college van burgemeester en wethouders van Westland een nieuw besluit dat tegemoet kwam aan appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het college te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat het college inderdaad aan appellante was tegemoetgekomen met het besluit van 29 maart 2022. Op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro is het bestuursorgaan in dat geval op verzoek van de indiener van het beroep in de proceskosten te veroordelen.

De Raad liet het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek. De proceskosten werden begroot op € 1.255,50 voor verleende rechtsbijstand. Voor het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het college wenden.

De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het college in de proceskosten van appellante tot het genoemde bedrag. De uitspraak werd gedaan door J.J. Janssen, in aanwezigheid van griffier D. van der Boom, op 7 maart 2023.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Westland is veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.255,50.

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 maart 2023
20/649 en 20/1637 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
16 januari 2020, 19/1870 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Westland (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P. Hoogenraad, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een nieuw besluit genomen, verzonden aan appellante op 29 maart 2022.
Bij schrijven van 30 maart 2022 heeft mr. Hoogenraad namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt een reactie in te dienen, inhoudende dat zij bereid zijn de proceskosten te vergoeden.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het college met het op 29 maart 2022 verzonden besluit aan appellante tegemoet is gekomen.
De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.255,50 in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het college wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.255,50.
Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2023.
(getekend) J.J. Janssen
(getekend) D. van der Boom