ECLI:NL:CRVB:2023:411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens niet overleggen bankafschriften
Appellante diende een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven. Het college stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat appellante niet de gevraagde bankafschriften overlegde, waaronder die van haar vader, haar minderjarige zoon en van zichzelf over de periode 30 augustus tot en met 17 september 2019.
Na bezwaar handhaafde het college dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de gevraagde bankgegevens essentieel zijn voor een juiste beoordeling van de financiële situatie van appellante en daarmee voor het vaststellen van het recht op bijstand.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet over de gevraagde gegevens kon beschikken omdat de bank de afschriften pas in de eerste dagen van de volgende maand verstrekt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit niet aannemelijk is, aangezien de hersteltermijn liep tot 18 oktober 2019 en het afschrift over september 2019 toen volgens de bank al beschikbaar was.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de aanvraag om bijstand buiten behandeling te stellen wordt bevestigd.