ECLI:NL:CRVB:2023:423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld op grond van belastbaarheid conform Functionele Mogelijkhedenlijst
Appellant, laatstelijk werkzaam als elektromonteur, meldde zich op 11 september 2017 ziek. Het UWV stelde op basis van een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 6 november 2018 vast dat appellant geschikt was voor andere functies dan zijn eigen werk. Op 15 november 2018 werd het recht op ziekengeld beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen.
Appellant meldde zich opnieuw ziek in maart 2019 en bezocht artsen van het UWV. Op 20 januari 2020 stelde het UWV vast dat appellant geschikt was voor bepaalde voorbeeldfuncties en beëindigde het ziekengeld opnieuw. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel na zorgvuldige beoordeling van medische rapporten, waaronder informatie van een klinisch psycholoog en internist.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen onvoldoende waren onderzocht en dat de beperkingen in de FML zwaarder hadden moeten zijn. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige, die concludeerde dat de beperkingen op de datum in geschil niet afweken van die in de FML van 6 november 2018. De Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat appellant geschikt was voor de genoemde functies en het beroep ongegrond was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en het besluit van het UWV. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.