ECLI:NL:CRVB:2023:437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, voormalig doktersassistente, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid na gezondheidsklachten gerelateerd aan zwangerschap en rug-, slaap- en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij maximaal 25 uur per week kan werken en berekende een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, waardoor de uitkering werd geweigerd.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de wijziging van 24 naar 25 uur per week passend was binnen de beoordelingsrichtlijnen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat de urenbeperking onterecht werd verruimd, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, bevestigde de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de juiste toepassing van de functionele mogelijkhedenlijst. Ook werd geoordeeld dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.