ECLI:NL:CRVB:2023:444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 30 maart 2022 een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Naar aanleiding hiervan trok appellant op 15 juli 2022 het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener van het beroepschrift op diens verzoek in de kosten te veroordelen.
De Raad begrootte de proceskosten op € 5.736,- verdeeld over de bezwaarfase, beroepsfase en hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan appellant. Voor griffierechten kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 5.736,- aan proceskosten aan appellant.