ECLI:NL:CRVB:2023:447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant was laatstelijk werkzaam als hondenbegeleider beveiliging en viel uit wegens fysieke klachten na een verkeersongeval. Het UWV beëindigde de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na een herbeoordeling in 2019 en 2020 stelde het UWV opnieuw vast dat appellant niet toegenomen arbeidsongeschikt was en weigerde een nieuwe WIA-uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) passend waren. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen werden onderschat en verzocht om een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de medische beoordeling van de rechtbank en het UWV. Er was geen nieuwe medische informatie overgelegd en de beperkingen waren adequaat in kaart gebracht. De Raad oordeelde dat de nieuwe klachten van appellant voortkomen uit een andere ziekteoorzaak dan de eerdere WIA-uitkering en dat de geselecteerde functies medisch passend zijn.
Het hoger beroep slaagde niet en de Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was ook geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd; appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering en geen schadevergoeding.