ECLI:NL:CRVB:2023:489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over WIA-uitkering wegens deugdelijke medische grondslag
Betrokkene, werkzaam als tramconducteur, meldde zich ziek met rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 35% en weigerde de uitkering. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van betrokkene gegrond vanwege onvoldoende onderbouwing van de geschiktheid voor geselecteerde functies, met name door het aspect langdurig zitten.
In hoger beroep stelt het UWV dat het onderzoek naar psychische klachten zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 22 januari 2021 adequaat zijn vastgesteld. De Raad oordeelt dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies passen binnen de belastbaarheid van betrokkene, ook wat betreft zitten en trilbelasting.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door de Centrale Raad van Beroep op 16 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.