ECLI:NL:CRVB:2023:513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand naar kostendelersnorm na stoppen studie zoon
In deze zaak gaat het om de herziening van de bijstand van appellanten naar de kostendelersnorm, omdat de zoon van appellante per 10 juli 2018 is gestopt met studeren en sindsdien als kosten delende medebewoner wordt beschouwd. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft appellanten meerdere malen gewezen op hun verplichting om wijzigingen in het studeren te melden.
Appellanten ontvingen aanvankelijk bijstand volgens de norm voor gehuwden. Op 14 oktober 2019 heeft het college de bijstand herzien en teruggevorderd wegens het niet melden van de wijziging in de studiestatus van de zoon. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellanten tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij onvoldoende waren geïnformeerd over de meldingsplicht. De Raad oordeelde dat dit niet klopt, omdat het college hen in eerdere besluiten expliciet op de meldingsplicht had gewezen, inclusief voorbeelden zoals het stoppen met studeren.
De Raad concludeerde dat de grond van appellanten feitelijk niet wordt ondersteund en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstand naar de kostendelersnorm en verklaart het hoger beroep ongegrond.