ECLI:NL:CRVB:2023:528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op WGA-vervolguitkering en vaststelling arbeidsongeschiktheidsklasse
Appellante, laatstelijk werkzaam als backoffice medewerkster, meldde zich ziek wegens lichamelijke klachten en werd later gediagnosticeerd met chronische myeloïde leukemie. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45,87%. Na bezwaar en beroep werd dit percentage meerdere malen herzien, waarbij de functionele beperkingen werden vastgesteld aan de hand van medische en arbeidsdeskundige beoordelingen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van 21 mei 2021 ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en het besluit zelf omdat het UWV later een gewijzigde beslissing nam die beter aansloot bij de medische situatie van appellante. De Raad oordeelt dat de beperkingen op het gebied van sociaal functioneren, fysieke belastbaarheid en urenbeperking adequaat zijn vastgesteld, mede rekening houdend met migraine en medicatiegebruik.
De Raad concludeert dat appellante terecht is ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55% en wijst het beroep tegen het latere besluit van 6 oktober 2022 af. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Appellante heeft recht op een WGA-vervolguitkering in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55%, eerdere besluiten worden vernietigd en het beroep tegen het latere besluit wordt afgewezen.