ECLI:NL:CRVB:2023:539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken noodzakelijkheid
Appellant verzocht om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor verhuiskosten van €4.500,-. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer wees dit verzoek af omdat de verhuizing niet noodzakelijk maar wenselijk werd geacht. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd beoordeeld of de kosten zich voordoen, noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Appellant kon niet aantonen dat de verhuizing noodzakelijk was. Hoewel hij medische klachten had, ontbrak een urgentieverklaring en was er geen medische noodzaak aangetoond. Ook was er geen sprake van een onhoudbare situatie.
De stelling dat de woning te klein werd door intrek van meerderjarige kinderen was onvoldoende om de verhuizing als noodzakelijk aan te merken. De wens om te verhuizen was begrijpelijk, maar niet voldoende voor bijzondere bijstand. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van een noodzakelijke verhuizing.