ECLI:NL:CRVB:2023:551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was sinds 2011 arbeidsongeschikt en ontving vanaf januari 2013 een loongerelateerde WGA-uitkering. In 2016 stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna haar uitkering werd beëindigd. Na een nieuwe ziekmelding in 2017 en aanvullend onderzoek werd haar in 2019 opnieuw een WGA-uitkering toegekend, gebaseerd op een functionele mogelijkhedenlijst en arbeidsdeskundig onderzoek.
Het UWV beëindigde de uitkering per 29 december 2020 omdat de arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 31,65%. Appellante voerde aan dat zij niet adequaat was gehoord, dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat haar psychische en fysieke klachten onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht, waarbij informatie van huisarts, PsyQ en fysiotherapeut is betrokken. De verzekeringsarts heeft gemotiveerd geen lichamelijk onderzoek te verrichten en heeft rekening gehouden met de beperkingen. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt bevonden. De Raad wijst de bezwaren van appellante af en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 29 december 2020.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 29 december 2020.