ECLI:NL:CRVB:2023:559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende onderbouwing financiële situatie
Appellant vroeg op 16 december 2019 bijstand aan op grond van de Participatiewet. Hij verklaarde dakloos te zijn en bij vrienden en familie te verblijven. Het college weigerde de bijstand omdat appellant onvoldoende bewijs leverde over zijn financiële situatie en niet aannemelijk maakte hoe hij in de periode vanaf 1 september 2019 in zijn levensonderhoud voorzag.
Appellant stelde dat hij geld had geleend om te kunnen voorzien in levensonderhoud, maar onderbouwde dit niet met verifieerbare stukken of verklaringen van derden. De Raad benadrukte dat de bewijslast van de bijstandbehoevendheid bij appellant ligt en dat het college terecht om nadere onderbouwing vroeg.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de financiële situatie.