Uitspraak
21 2349 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, die sinds 2015 bijstand ontvangt, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Schiedam om toekenning van een individuele inkomenstoeslag met terugwerkende kracht over de periode 2012 tot en met 2018. Het college wees dit verzoek af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden die toekenning met terugwerkende kracht rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische omstandigheden en het gebrek aan voorlichting door het bijstandsverlenend orgaan bijzondere omstandigheden vormden die toekenning met terugwerkende kracht rechtvaardigen. Tevens verzocht zij het college te veroordelen tot schadevergoeding wegens het niet ontvangen van de toeslag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat onbekendheid met de regeling, gebrek aan voorlichting en medische omstandigheden geen bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen af te wijken van het uitgangspunt dat individuele inkomenstoeslag niet met terugwerkende kracht wordt verleend. Appellante kon in de betreffende periode wel aanvragen om bijzondere bijstand indienen, wat haar stelling ondermijnt.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om individuele inkomenstoeslag met terugwerkende kracht wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.