ECLI:NL:CRVB:2024:1937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante ontvangt sinds september 2011 bijstand en heeft in november 2020 een aanvraag om individuele inkomenstoeslag (IIT) ingediend die direct werd toegekend. Een latere aanvraag voor toeslag over voorgaande jaren werd door het dagelijks bestuur afgewezen, omdat toekenning met terugwerkende kracht alleen mogelijk is bij bijzondere omstandigheden, welke in deze zaak niet zijn vastgesteld.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellante voerde aan dat het dagelijks bestuur onvoldoende maatwerk had toegepast en dat zij onvoldoende was geïnformeerd over de mogelijkheid tot aanvraag. De Raad oordeelt dat onbekendheid met de regeling en gebrek aan voorlichting geen bijzondere omstandigheden vormen.
Ook verwijzingen naar wetsgeschiedenis en jurisprudentie kunnen niet leiden tot een andere uitkomst, omdat appellante niet heeft aangetoond dat het dagelijks bestuur meer maatwerk had moeten toepassen of dat zij niet tijdig kon aanvragen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: De aanvraag om individuele inkomenstoeslag met terugwerkende kracht wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.