ECLI:NL:CRVB:2023:576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na verkeersongeval
Appellante, werkzaam als medewerker brood, deli en kaas, meldde zich ziek na een verkeersongeval en verrichtte ander werk. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medische onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten over haar klachten en vermeende beperkingen, waaronder cognitieve klachten en vermoeidheid, maar bracht geen wezenlijk nieuwe gronden aan. De Raad volgde de rechtbank en het UWV in de beoordeling dat er geen objectieve medische onderbouwing is voor verdere beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Raad benadrukte dat ondanks concentratieklachten appellante cognitief ruim boven de normaalwaarde functioneert.
De Raad concludeert dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld onder de 35%. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%.