ECLI:NL:CRVB:2023:585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten wegens onduidelijke inkomens- en vermogenspositie
In deze zaak ging het om de vraag of appellant recht had op bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten en griffierecht. Het college van burgemeester en wethouders van Weert had de aanvraag afgewezen omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
Op 24 oktober 2019 werden in de woning van appellant grote hoeveelheden hennep en hasj, weegschalen en contant geld aangetroffen. De hoeveelheid drugs wees op handel, en het contante geld werd geacht deel uit te maken van het vermogen van appellant. Appellant kon niet met controleerbare gegevens aantonen dat deze zaken niet van hem waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen vanwege de onduidelijke financiële situatie van appellant. De onschuldpresumptie in de strafzaak tegen appellant werd niet geschonden door de bestuursrechtelijke procedure niet aan te houden. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten en griffierecht wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de inkomens- en vermogenspositie van appellant.