ECLI:NL:CRVB:2023:602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht en te laat ingediend beroepschrift
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 2 november 2022. Zij is bij brief van 17 december 2022 en opnieuw bij aangetekende brief van 17 januari 2023 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €136,- en de uiterste betaaldatum. Het griffierecht is echter niet binnen de gestelde termijn betaald.
Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift binnen zes weken na toezending van de aangevallen uitspraak worden ingediend. De uitspraak is op 2 november 2022 toegezonden, maar het beroepschrift is pas op 15 december 2022 ontvangen, waardoor het niet tijdig is ingediend.
Appellante is verzocht een verklaring te geven voor de termijnoverschrijding, maar zij heeft niet gereageerd. Gezien de omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift en niet betaling van het griffierecht.