ECLI:NL:CRVB:2023:62

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 januari 2023
Publicatiedatum
12 januari 2023
Zaaknummer
19/1103 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 2 BpbArt. 8 Bpb
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.

De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens overwogen dat het UWV op verzoek van appellante kan worden veroordeeld in de proceskosten, conform de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht. De proceskosten zijn vastgesteld op €4.185,- voor de behandeling van beroep en hoger beroep.

Daarnaast is een deel van de kosten voor de door appellante ingeschakelde deskundigen toegewezen, op basis van redelijke uurtarieven en urenverantwoording, met een vergoeding van €1.683,32 inclusief btw. Kosten voor administratieve ondersteuning zijn niet toegewezen. De totale proceskostenvergoeding bedraagt €5.868,32.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 januari 2023, waarbij het UWV is veroordeeld tot betaling van deze kosten aan appellante.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €5.868,32 aan proceskosten en deskundigenkosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

19 1103 WIA

Datum uitspraak: 12 januari 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 januari 2019, 17/5165 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. D.R. Kamps, advocaat, hoger beroep ingesteld. Mr. F.M. Meis, advocaat, is in de plaats getreden van mr. Kamps.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2020. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Meis. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof.
Het onderzoek ter zitting is geschorst. Het Uwv is in de gelegenheid gesteld te reageren op het door appellante overgelegde expertiserapport van het Expertise Instituut van 10 januari 2020. Het Uwv heeft gereageerd met rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.
Het onderzoek ter nadere zitting heeft via videobellen plaatsgevonden op 25 februari 2021. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Meis. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst en verzekeringsarts L. Greveling-Fockens benoemd als deskundige. De deskundige heeft op 3 januari 2022 een rapport uitgebracht.
Het Uwv heeft op 4 februari 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en in de kosten van de door haar ingeschakelde deskundigen.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is
het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 4 februari 2022 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in
verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 1.674,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 837,-) en € 2.511,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor de nadere zitting anders dan na tussenuitspraak en 0,5 punt voor de reactie op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 21 augustus 2020, met een waarde per punt van € 837,-), in totaal € 4.185,- voor verleende rechtsbijstand.
Het verzoek om vergoeding van de gemaakte kosten voor het inschakelen van de deskundigen komt gedeeltelijk voor toewijzing in aanmerking. Gelet op artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bpb en artikel 8 van Pro het Besluit tarieven in strafzaken 2003, wordt daarbij uitgegaan van uurtarieven van € 126,47 in 2019. Dit zijn ook de tarieven die de deskundigen hebben genoemd in de door hen bij hun declaratie gevoegde urenspecificatie. Uit de door gemachtigde van appellante overgelegde urenspecificaties blijkt dat de werkzaamheden 11 uur in beslag hebben genomen, zodat de vergoeding € 1.391,17 (exclusief 21% btw) bedraagt. Inclusief btw is de vergoeding € 1.683,32. Ten aanzien van de gevorderde kosten voor administratieve ondersteuning wordt overwogen dat deze niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat artikel 1 van Pro het Bpb niet in deze kosten voorziet.
In totaal gaat het om een bedrag van € 5.868,32.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv
wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 5.868,32.
Deze uitspraak is gedaan door A.I. van der Kris, in tegenwoordigheid van E.X.R. Yi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2023.
(getekend) A.I. van der Kris
(getekend) E.X.R. Yi