ECLI:NL:CRVB:2023:627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging ontheffing arbeidsverplichtingen zonder nieuw medisch onderzoek
Appellant ontvangt sinds 23 augustus 2018 bijstand op grond van de Participatiewet en kreeg op basis van een medisch advies van maart 2019 ontheffing van arbeidsverplichtingen tot november 2019. Het college verlengde deze ontheffing tot 31 maart 2021 zonder een nieuw medisch onderzoek, omdat geen aanwijzingen waren dat de gezondheidstoestand was gewijzigd. Appellant maakte bezwaar en stelde dat een nieuw medisch onderzoek noodzakelijk was vanwege een verslechtering van zijn klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college het besluit zorgvuldig had genomen, mede omdat appellant zijn verslechterde gezondheid niet met objectieve gegevens had onderbouwd. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat het college niet verplicht was om zelfstandig medische informatie op te vragen bij de behandelaar en dat het aan appellant was om zijn gestelde verslechtering aannemelijk te maken.
De Raad concludeerde dat het achterwege laten van een nieuw medisch onderzoek niet onzorgvuldig was en dat de besluitvorming van het college zorgvuldig was. Het hoger beroep werd verworpen, waardoor de verlenging van de ontheffing tot 31 maart 2021 in stand blijft. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De verlenging van de ontheffing van arbeidsverplichtingen zonder nieuw medisch onderzoek wordt bevestigd.