ECLI:NL:CRVB:2023:630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verbleef vanaf april 2021 langere tijd in Egypte. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand in omdat appellant langer dan vier weken buiten Nederland verbleef, wat volgens artikel 13 van Pro de Participatiewet het recht op bijstand uitsluit.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn vader toestemming had gekregen om hem naar Egypte te laten komen, dat het college ook had kunnen volstaan met opschorting van de bijstand, en dat het niet reageren op een brief hem niet kon worden aangerekend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het college niet verplicht is om bijstand op te schorten in plaats van in te trekken bij verblijf langer dan vier weken in het buitenland. Tevens was er geen bewijs van toestemming voor het verblijf in het buitenland en was de intrekking niet gebaseerd op het niet reageren op de brief, maar op het feit van het langdurige verblijf.
De intrekking van de bijstand per 26 mei 2021 blijft daarmee in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 26 mei 2021 wordt bevestigd.