ECLI:NL:CRVB:2023:631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand na niet verschijnen voor machtiging onderzoek in Turkije
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht op mogelijk vermogen in Turkije. Het dagelijks bestuur liet een onderzoek uitvoeren via het Bureau Attaché in Ankara, dat adviseerde een machtiging te verkrijgen voor verder onderzoek bij Turkse instanties.
Appellante werd opgeroepen voor een gesprek om deze machtiging op te stellen, maar verscheen niet. Na een opschorting van de bijstand werd deze ingetrokken omdat zij het verzuim niet herstelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur bevoegd was het onderzoek te verrichten zonder concreet signaal en dat er voldoende aanleiding was voor verder onderzoek in Turkije. Appellante kon het niet verschijnen en het niet herstellen van het verzuim worden verweten. Een beroep op schending van artikel 8 EVRM Pro werd niet inhoudelijk behandeld wegens gebrek aan onderbouwing.
De intrekking van de bijstand met ingang van 7 juni 2021 blijft gehandhaafd en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand met ingang van 7 juni 2021 blijft in stand omdat appellante het verzuim niet heeft hersteld.