ECLI:NL:CRVB:2023:637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-herbeoordeling arbeidsongeschiktheid na telefonisch medisch onderzoek
Appellante, voormalig groepsleider kinderdagverblijf, is sinds 2008 ziek gemeld en ontvangt sinds 2010 een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2020 heeft het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op circa 46,48%. Appellante stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat geen fysiek onderzoek plaatsvond en dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd via dossierstudie en telefonisch contact, waarbij geen aanleiding was voor een fysiek spreekuurcontact. De medische beoordeling was niet onjuist en de aanvullende medische stukken boden geen nieuwe informatie die een hogere mate van beperkingen rechtvaardigen.
Ook de arbeidskundige beoordeling van de functies waarop de mate van arbeidsongeschiktheid is gebaseerd, is voldoende gemotiveerd en niet betwist. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 april 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 46,48% door het UWV bevestigd.