ECLI:NL:CRVB:2023:638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toegenomen beperkingen en recht op WIA-uitkering na wachttijd
Appellante, werkzaam als steksteekster, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en vroeg later een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was en de toegenomen beperkingen niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortkwamen als tijdens de wachttijd.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand na aanvullende motivering door het UWV. Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische klachten waren toegenomen en vroeg om een deskundige benoeming. De Raad vroeg nadere onderbouwing van het UWV en ontving rapporten van verzekeringsartsen.
De Raad oordeelde dat de toename van beperkingen niet voortkomt uit dezelfde ziekteoorzaak en dat de medische beoordeling juist is. De diagnose fibromyalgie was pas na de wachttijd gesteld en verklaart de klachten niet als toename van beperkingen binnen de wachttijd. Het verzoek om een deskundige werd afgewezen. Het hoger beroep werd verworpen en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.