ECLI:NL:CRVB:2023:641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidspercentage WIA na herbeoordeling
Appellant, voormalig assistent werktuigkundige, is sinds 2009 ziek gemeld met inwendig letsel en psychische klachten. Het UWV kende hem vanaf 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering toe, waarna de mate van arbeidsongeschiktheid diverse keren werd herbeoordeeld. In 2020 stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 72,66%, later aangepast naar 72,79% na bezwaar.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische beoordeling niet werd betwist en de arbeidskundige beoordeling consistent en logisch was. De functies die voor appellant geschikt werden geacht, voldeden aan zijn beperkingen, waaronder het werken met een soldeerbout en het werken in een kantoortuin.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de functies ongeschikt zijn vanwege meer beperkingen dan aangenomen, maar de Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat appellant de medische beoordeling niet meer ter discussie kon stellen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van 72,79% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.