Uitspraak
20 3961 ZW
PROCESVERLOOP
.
.
OVERWEGINGEN
€ 1.082,- zal vergoeden. Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was administratief medewerkster en meldde zich op 27 mei 2019 ziek met psychische klachten terwijl zij een Werkloosheidswetuitkering ontving. Het UWV stelde bij besluit van 19 juli 2019 vast dat zij geen recht had op ziekengeld op grond van de Ziektewet. Appellante maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep kwam het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar op 21 oktober 2022, waarin werd vastgesteld dat appellante op 27 mei 2019 ongeschikt was voor haar functie en recht had op een Ziektewetuitkering. Hierdoor was het bezwaar gegrond en werd het oorspronkelijke besluit herroepen. Omdat appellante met deze beslissing haar doel had bereikt, ontbrak procesbelang voor het hoger beroep, dat daarom niet-ontvankelijk werd verklaard.
Appellante verzocht tevens om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad oordeelde dat de totale duur van de procedure nog geen vier jaar bedroeg, wat binnen de redelijke termijn valt. Ook een vertraging door de gewijzigde beslissing was onvoldoende om een vergoeding toe te kennen. Wel werd het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt afgewezen.