ECLI:NL:CRVB:2023:651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellante, een stichting, had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV kwam met een gewijzigde beslissing op bezwaar van 13 september 2022 volledig tegemoet aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in bij brief van 20 december 2022 en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten omdat het UWV geen verweerschrift heeft ingediend en het hoger beroep was ingetrokken. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten als het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt aan de bezwaren.
De Raad heeft het UWV veroordeeld tot betaling van € 2.511,- aan proceskosten, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep. Voor het griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak is gedaan op 5 april 2023 door S.B. Smit-Colenbrander.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.511,- aan proceskosten aan appellante.