ECLI:NL:CRVB:2023:654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Wagner
- Rechtspraak.nl
Bevestiging brutering netto-terugvordering bij bijstand ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant ontving in 2019 bijschrijvingen en stortingen die het college als inkomsten in de zin van de Participatiewet aanmerkte, wat leidde tot een herziening en terugvordering van bijstand. Het college verhoogde de terugvordering door brutering met belasting en premies, wat appellant betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de brief van 29 april 2020, waarin een betalingsregeling werd bevestigd, het bruteringsbesluit niet introk. De passage over mogelijke extra belasting en premies leidde tot verwarring maar was geen toezegging dat de brutering zou vervallen bij tijdige betaling.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet omdat appellant redelijkerwijs niet mocht aannemen dat de brutering zou worden ingetrokken. De betalingsregeling had betrekking op het al gebruteerde bedrag. De brutering blijft daarom in stand en appellant krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De brutering van de netto-terugvordering blijft in stand en het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen.