ECLI:NL:CRVB:2023:665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding vakantiegeld bij beslag op bijstand
Appellant en zijn echtgenote ontvangen bijstand naar de norm voor gehuwden sinds 14 februari 2014. Op 10 maart 2020 is door een gerechtsdeurwaarder executoriaal derdenbeslag gelegd op de bijstand van appellant. Het college heeft op basis hiervan vanaf april 2020 een bedrag ingehouden op de bijstand en dit bedrag aan de deurwaarder betaald.
Bij besluit van 27 mei 2020, gehandhaafd op 25 juni 2020, heeft het college besloten het vakantiegeld in juni 2020 niet aan appellant uit te betalen maar aan de deurwaarder vanwege het beslag. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voert appellant aan dat het college contact had moeten opnemen met de deurwaarder over de beslagvrije voet. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het gelegde beslag als gegeven moet worden aanvaard en dat de toetsing beperkt is tot de vraag of het college binnen het beslagkader is gebleven. Dit is het geval, en het hoger beroep wordt afgewezen.
Appellant had zich bij onenigheid over het beslag tot de deurwaarder of civiele rechter moeten wenden. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de inhouding van het vakantiegeld blijft gehandhaafd.