ECLI:NL:CRVB:2023:689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante was pedagogisch medewerker en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. Appellante maakte bezwaar en beroep, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder dat het eerste medisch onderzoek telefonisch was en dat er onvoldoende informatie was ingewonnen over haar klachten, waaronder mentale klachten. Ook verzocht zij om een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat het UWV voldoende gemotiveerd had dat de functies geschikt waren en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Er was geen aanleiding tot twijfel aan de medische beoordeling, en het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep werd verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.