ECLI:NL:CRVB:2023:716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding in februari 2017 en het Uwv heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is bevonden. Na bezwaar en beroep heeft het Uwv de beslissing gehandhaafd, gesteund op medische en arbeidskundige rapporten.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was, onder meer omdat zij niet door een verzekeringsarts was onderzocht en dat haar beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld. De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts die een aanvullend rapport uitbracht met extra beperkingen, maar concludeerde dat de geselecteerde functies passend zijn.
De Raad oordeelt dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en overtuigend is uitgevoerd en dat de conclusies van de deskundige gevolgd moeten worden. Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende gemotiveerd was, is dit in hoger beroep hersteld. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en veroordeelt het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.