ECLI:NL:CRVB:2023:743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- M.A.H. van Dalenvan Bekkum
- L.Z. Achouak el Idrissi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering maatwerkvoorziening beschermd wonen wegens ontbreken procesbelang
Appellant had een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, welke door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag op 25 januari 2019 werd afgewezen. Dit besluit werd in bezwaar gehandhaafd op 18 november 2019.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het betrof een beoordeling van een verstreken periode en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat een inhoudelijk oordeel over het besluit nog relevant was voor de toekomst. Appellant woonde in de tussentijd bij zijn ouders en had een nieuwe aanvraag ingediend die eveneens was afgewezen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het college geen goed onderzoek had gedaan, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat er geen procesbelang was. De Raad wees erop dat appellant inmiddels meerdere aanvragen had gedaan en zijn situatie verslechterd was, maar dat dit het belang van een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit niet veranderde.
De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.