ECLI:NL:CRVB:2023:755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens termijnoverschrijding in hoger beroep AOW-PV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De uiterste datum voor indiening was 1 december 2021, terwijl het beroepschrift pas op 12 januari 2022 door de Raad werd ontvangen. Hoewel de poststempel op de enveloppe 31 december 2021 vermeldde, werd dit niet als voldoende bewijs voor tijdige indiening geaccepteerd.
Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. Dit verzet werd echter ook niet tijdig ingediend; de uiterste datum was 14 juli 2022, terwijl het verzetschrift pas op 18 juli 2022 ter post werd aangeboden en op 24 augustus 2022 werd ontvangen. Op verzoek van de Raad gaf appellant geen geldige reden voor de termijnoverschrijding.
De Raad oordeelde dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 april 2023.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.