Uitspraak
25 november 2021, 20/6780 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Tijdens de procedure heeft het UWV op 15 november 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek om proceskostenvergoeding beoordeeld. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de kosten indien het tegemoet is gekomen aan de bezwaren en het beroep wordt ingetrokken.
De Raad heeft geoordeeld dat het UWV de kosten in bezwaar reeds heeft vergoed en veroordeelt het UWV daarom in de proceskosten die appellant heeft gemaakt in beroep en hoger beroep. De proceskostenvergoeding is begroot op in totaal €3.348,-. Voor griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden.
De uitspraak is gedaan door voorzitter T. Dompeling, in aanwezigheid van griffier E.X.R. Yi, en uitgesproken in het openbaar op 26 april 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.348,- aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.