ECLI:NL:CRVB:2023:794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Het UWV nam op 25 oktober 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierop trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener van het beroepschrift kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad begrootte de proceskostenvergoeding op €3.705,- voor bezwaar, beroep en hoger beroep, plus €25,75 aan reiskosten.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van in totaal €3.730,75 aan appellant. Vergoeding van het griffierecht dient appellant rechtstreeks bij het UWV te vorderen. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 26 april 2023.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €3.730,75 aan proceskosten aan appellant.