ECLI:NL:CRVB:2023:795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Op 24 november 2022 trok het bestuursorgaan het hoger beroep in. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen appellant.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek schriftelijk beoordeeld. Op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan bij intrekking van het hoger beroep het bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten die de wederpartij redelijkerwijs heeft moeten maken.
De rechtbank had reeds een proceskostenveroordeling uitgesproken, maar de Raad moest nog beoordelen welke kosten in verband met het hoger beroep voor vergoeding in aanmerking kwamen. De Raad begrootte deze kosten op €837,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en veroordeelde appellant tot betaling van dit bedrag.
De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en uitgesproken in het openbaar op 26 april 2023.
Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is veroordeeld tot betaling van €837 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.