ECLI:NL:CRVB:2023:799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht in WIA-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een WIA-zaak. De Centrale Raad van Beroep heeft beoordeeld of het hoger beroep ontvankelijk is. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en deze verplichting geldt ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
Appellant is bij brief van 16 december 2022 en bij aangetekende brief van 16 januari 2023 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €136,- en de betalingstermijnen. Ondanks deze herinneringen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander met T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier, en is openbaar uitgesproken op 26 april 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.