ECLI:NL:CRVB:2023:830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift en hoger beroep. De gemachtigde van appellante is tweemaal schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen de gestelde termijnen.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante daardoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier J.M. Labage.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, waarbij de indiener kan verzoeken om gehoord te worden.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht.