ECLI:NL:CRVB:2023:841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft op 7 oktober 2022 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Centrale Raad van Beroep in het kader van een hoger beroep. Volgens de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient griffierecht te worden betaald binnen een termijn van twee weken na aanmaning.
Verzoeker is op 25 oktober 2022 schriftelijk geïnformeerd over de verschuldigdheid van het griffierecht van €136,- en de betalingstermijn. Op 9 november 2022 is verzoeker nogmaals per aangetekende brief gewezen op de betaling en de consequenties van niet-betaling.
Omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is voldaan, is het verzoek om voorlopige voorziening volgens artikel 8:83, derde lid, Awb kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 26 april 2023.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de termijn.