ECLI:NL:CRVB:2023:847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek WW-uitkering na beëindiging WAO-uitkering
Appellante ontving vanaf augustus 2002 een WAO-uitkering die in december 2003 werd ingetrokken na een herbeoordeling. Vervolgens ontving zij een bijstandsuitkering en vroeg zij in januari 2013 met terugwerkende kracht een WW-uitkering aan, welke werd afgewezen omdat zij niet beschikbaar was voor arbeid en de aanvraag te laat was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een herzieningsverzoek van appellante af wegens onredelijke termijn en het ontbreken van nieuwe feiten die tot een andere uitspraak zouden leiden. Appellante voerde aan dat zij nooit heeft verklaard niet beschikbaar te zijn en dat er mogelijk sprake was van een tolkingfout.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten zonder nieuwe gronden aan te voeren. De Raad oordeelde dat de rechtbank de beroepsgronden afdoende had gemotiveerd en dat het verzoek om herziening niet bedoeld is om de discussie opnieuw te voeren. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het herzieningsverzoek en verklaart het hoger beroep ongegrond.