ECLI:NL:CRVB:2023:856
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening afgewezen wegens ontbreken procesbelang na toekenning AOW
Verzoeker heeft op 27 december 2021 een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Raad van 19 november 2021, waarin zijn verzet tegen een eerdere uitspraak ongegrond werd verklaard. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft op 18 juli 2022 een besluit genomen waarin aan verzoeker alsnog een AOW-pensioen wordt toegekend.
Tijdens de zitting van 24 maart 2023 waren beide partijen niet aanwezig, hetgeen vooraf was gemeld. De Raad oordeelt dat het herzieningsverzoek feitelijk gericht is tegen het primaire besluit van 6 maart 2018 en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die het niet betalen van het griffierecht rechtvaardigen.
Omdat verzoeker inmiddels AOW ontvangt, ontbreekt het aan een procesbelang bij het verzoek om herziening. Daarom verklaart de Raad het verzoek niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten. Het betaalde griffierecht wordt aan verzoeker terugbetaald.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na toekenning van AOW.