Uitspraak
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een ouderdomspensioen volgens de norm van een ongehuwde pensioengerechtigde. Na zijn huwelijk op 10 december 2020 met een Egyptische echtgenote, die aanvankelijk in Egypte woonde, herzag de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen naar de gehuwde norm en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug. Appellant stelde dat hij vanwege duurzaam gescheiden leven recht had op het ongehuwde pensioen, maar dit werd door de rechtbank en later door de Centrale Raad van Beroep verworpen.
De Raad stelde vast dat duurzaam gescheiden leven vereist dat ten minste één echtgenoot de huwelijkse samenleving wil verbreken, beiden een eigen leven leiden alsof ze niet gehuwd zijn, en dat dit als blijvend wordt bedoeld. Uit feiten en omstandigheden bleek dat appellant en zijn echtgenote contact hielden, dat appellant haar kosten droeg en dat zij vanaf medio maart 2021 bij hem in Nederland woonde. Dit duidt niet op duurzaam gescheiden leven.
Verder wees de Raad het verzoek om een partnertoeslag af omdat appellant niet vóór 1 januari 2015 gehuwd was. Ook het beroep op discriminatie vanwege vreemdelingenrechtelijke regelgeving werd niet gevolgd; financiële nadelen van het huwelijk zijn geen gevolg van ongelijke behandeling door de wet.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en liet de herziening en terugvordering in stand. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding en kan binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De herziening van het ouderdomspensioen en de terugvordering van het teveel betaalde blijven in stand omdat geen duurzaam gescheiden leven is vastgesteld.