ECLI:NL:CRVB:2023:869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan
De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar trok dit hoger beroep bij brief van 8 november 2022 in. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling van appellant. De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek schriftelijk beoordeeld.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Aangezien de rechtbank reeds een proceskostenveroordeling had uitgesproken, stond de Raad alleen nog ter beoordeling welke kosten redelijkerwijs gemaakt zijn in bezwaar en hoger beroep.
De Raad stelde vast dat de kosten voor verleende rechtsbijstand en reiskosten van betrokkene in totaal € 2.031,- bedroegen en veroordeelde appellant in deze kosten. Daarnaast werden nog extra kosten begroot, zodat het totaalbedrag van de proceskostenvergoeding € 2.669,07 bedroeg. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek in aanwezigheid van griffier H. Alajai op 10 mei 2023.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 2.669,07 aan proceskosten aan betrokkene.