ECLI:NL:CRVB:2023:87
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant diende meerdere aanvragen om bijstand in waarbij hij als woonadres een adres in een Nederlandse woonplaats had opgegeven. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem weigerde de aanvraag te behandelen en wees later de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.
Het college baseerde zich op een onderzoek van sociale rechercheurs, gesprekken met appellant, een huisbezoek en bankafschriften waaruit bleek dat appellant het grootste deel van zijn tijd elders verbleef, namelijk bij zijn moeder in een andere plaats en soms in België. Tijdens het huisbezoek werden nauwelijks persoonlijke spullen aangetroffen op het opgegeven adres.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant de bewijslast draagt voor zijn woon- en leefsituatie en dat hij onvoldoende feiten en omstandigheden had aangedragen om zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres aannemelijk te maken.
Het bezwaar tegen het huisbezoek op grond van het ontbreken van informed consent werd niet inhoudelijk behandeld omdat de verklaring van appellant en overige bevindingen voldoende waren voor de afwijzing. De Raad wees ook het verzoek om aanhouding af omdat appellant al voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunten schriftelijk toe te lichten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.