ECLI:NL:CRVB:2023:870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Betrokkene diende een verweerschrift in en verzocht om proceskostenvergoeding nadat appellant het hoger beroep introk.
Op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep worden veroordeeld in de proceskosten van de andere partij. De rechtbank had reeds een proceskostenveroordeling uitgesproken, maar de Raad moest nog beoordelen welke kosten redelijkerwijs gemaakt zijn in bezwaar en hoger beroep.
De Raad stelde vast dat de kosten voor verleende rechtsbijstand in bezwaar en hoger beroep samen € 2.031,- bedragen. Gelet hierop veroordeelde de Raad appellant in deze kosten. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de uitspraak werd in het openbaar gedaan op 10 mei 2023.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 2.031,- aan proceskosten aan betrokkene.