ECLI:NL:CRVB:2023:871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-vervolguitkering na zorgvuldige beoordeling UWV bevestigd
Appellante was arbeidsongeschikt na een val in 2013 en ontving een WGA-vervolguitkering van het UWV. In 2020 beëindigde het UWV deze uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 35%. Appellante voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was omdat zij niet fysiek werd onderzocht en dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het telefonische spreekuur en de medische beoordeling zorgvuldig waren uitgevoerd en dat er geen verplichting was tot een fysiek onderzoek. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat een telefonisch spreekuur als spreekuurcontact kan gelden mits zorgvuldig gemotiveerd.
De Raad concludeert dat het UWV de beperkingen van appellante adequaat heeft vastgesteld en dat er geen medische gegevens zijn die het oordeel ondergraven. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van de WGA-vervolguitkering wordt bevestigd.